Omgeving en landschap




De aanpassingen aan het spoor hebben effect op de omgeving en op het landschap. Denk aan de effecten voor het grondwater en de bodem en het geluid en de trillingen in de omgeving. Maar ook aan de veiligheid op het spoor. Al die effecten worden door het project deMaaslijn onderzocht en in kaart gebracht. 

Geluid en trillingen

Elektrische treinen maken minder geluid, met name bij de stations, maar het aantal treinen neemt op sommige plekken toe. Ook gaan de treinen op sommige stukken sneller rijden. Om de gevolgen goed in beeld te krijgen, vindt er een geluids- en trillingsonderzoek plaats. Als uit het onderzoek naar voren komt, dat op bepaalde plaatsen na 2020 de wettelijke normen worden overschreden, dan worden er maatregelen genomen. Dit kan zijn het plaatsen van raildempers in de spoorstaven, het plaatsen van geluidsschermen of in het uiterste geval het aanpassen van gevels van woningen. De verwachting is overigens dat dit laatste niet of nauwelijks het geval zal zijn.

Landschappelijke inpassing

De aanpassingen aan het spoor hebben ook gevolgen voor het landschap. Die gevolgen worden onderzocht en beschreven in een landschapsplan. Denk aan de gevolgen voor de begroeiing, hekwerken, water, viaducten en bruggen. Het uitgangspunt is ‘overal zo veel mogelijk van afblijven’. Dat geldt voor kleine en grotere bruggen, viaducten, tunneltjes en duikers en stationsgebouwen. Maar soms zijn aanpassingen niet te vermijden. In dat geval worden compensatiemaatregelen voorgesteld. Een voorbeeld is de aanplant van een nieuwe boom elders als er een boom moet worden gekapt. Of als er een hekwerk moet worden geplaatst om te voorkomen dat mensen het spoor opgaan, wordt er in eerste instantie gekeken naar natuurlijke barrières zoals sloten en hagen. Bij de verbreding van de spoorbaan of het inpassen van onderstations moeten er mogelijk sloten worden gedempt. Elders wordt er dan een bestaande sloot verbreed of er wordt een nieuwe sloot gegraven op een plek waar vroeger al een sloot lag.