Aanleg dubbelspoor

Op vier plekken langs de Maaslijn wordt een extra spoor aangelegd: ten noorden van Cuijk, ten noorden van Boxmeer, ten zuiden van Venray en tussen Reuver en Swalmen. 

Op die baanvakken wordt het aantal sporen van één naar twee uitgebreid. Dit is nodig voor een betere dienstregeling. Op de baanvakken met dubbelspoor kunnen tegemoetkomende treinen elkaar passeren. Daarom wordt dit ook wel een passeerspoor genoemd. 

De aanleg van de nieuwe sporen vindt soms plaats aan de oostzijde en soms aan de westzijde van het bestaande spoor. 

Gelukkig is bij de aanleg van de huidige spoorbaan in het verleden al rekening gehouden met dubbelspoor. Dat betekent dat er bijna overal voldoende ruimte is voor een extra tweede spoor en de palen voor de bovenleiding. Slechts op enkele plekken is het baanvak te krap en moet het worden verbreed, maar niet meer dan enkele meters. Het zal op sommige plaatsen ook nodig zijn om te kijken of bomen langs het spoor een risico vormen voor de bovenleiding. 

Bij de spooraanpassingen zal zo zorgvuldig mogelijk worden omgegaan met de bestaande begroeiing en de belangen van de omwonenden. Indien nodig wordt het groen gecompenseerd. Dat wil zeggen: mocht er groen worden opgeofferd, dan wordt dat verplaatst naar elders of er wordt nieuw groen aangeplant.  

De aanleg van dubbelspoor betekent dat er nieuwe wissels moeten worden aangelegd of dat bestaande wissels moeten worden verplaatst. De nieuwe wissels zijn stiller en geschikt voor hogere treinsnelheden.