Bovenleidingen, portalen en palen: een 86 kilometer lange uitdaging




15 augustus 2017

Voor de elektrificatie van de Maaslijn worden over een lengte van 86 kilometer portalen en palen geplaatst. Aan deze palen en portalen komt de bovenleiding te hangen die de elektrische trein van stroom voorziet. Het plaatsen van de palen en portalen is op zich geen moeilijke klus. Wel het vaststellen van de locatie: dat kan een uitdaging zijn. Han Smits, werkzaam voor de provincie Limburg, legt uit waarom. 

Bogen en seinen
Een portaal rust op twee fundatieblokken links en rechts van het spoor en wordt geplaatst op het dubbelspoor.  Palen worden geplaatst bij enkelspoor, rechts of links van het spoor. Bij het plaatsen van de portalen en palen moet allereerst rekening worden gehouden met de seinen. Deze staan naast de spoorbaan en zijn van belang voor het veilig kunnen rijden van de treinen. Op een recht stuk vormen de palen geen belemmering. Bij bochten - in vakjargon heet dat een boog - is dat anders. Daar kunnen de palen zo komen te staan dat de machinist de seinen bij een bepaalde afstand net niet kan zien. Han Smits: “Is die afstand te gering dan hebben we een probleem. De seinen moeten namelijk op voldoende afstand zichtbaar zijn voor de machinist zodat deze de gelegenheid heeft om de snelheid van de trein aan te passen”. Vooral op de noordelijke Maaslijn liggen veel bogen en er liggen veel stations aan bogen. Het is daar een hele klus om de plaatsing van palen goed voor elkaar te krijgen.

Viaducten en bruggen
De viaducten en bruggen op de Maaslijn vormen een andere uitdaging. Han Smits: “Het viaduct bij de Heumense baan in Molenhoek bijvoorbeeld is te laag. Dat viaduct moeten we ophogen. Een stukje verderop ligt de Maasbrug bij Cuijk. Die brug biedt onvoldoende ruimte voor de constructie waaraan de bovenleiding hangt. Dus hebben we gekozen voor een alternatieve constructie, namelijk een vaste stijve rail”.

Stationskap Nijmegen en Duitse spanning in Venlo
Tot slot zijn er nog de kap op perron 35 op het station Nijmegen en het spooremplacement in Venlo. De perronkap in Nijmegen steekt zodanig uit dat de stroomafnemer van een elektrische trein - in vakjargon pantograaf geheten - er tegenaan rijdt. De oplossing is eenvoudig: de kap wordt ingekort. Minder eenvoudig is de situatie op station Venlo. Hier passeert de trein een rangeerterrein dat is afgestemd op de Duitse 15kV wisselspanning. Han Smits: “De Maaslijntrein heeft 1,5 kV gelijkspanning nodig. Dat gaat dus niet. Er zijn twee scenario’s: het stroomnet omschakelen zodat de trein van Arriva de juiste spanning krijgt. Of de pantograaf tijdelijk van de bovenleiding halen. Het laatste scenario heeft de voorkeur. Voorwaarde is wel dat de trein dan voldoende vaart heeft. Het moet niet zo zijn dat de trein stil komt te staan”. 



Meer nieuws


22 augustus 2017

Graafwerkzaamheden langs Maaslijn in het najaar

Tegelijkertijd wordt een mantelbuis voor een extra glasvezelverbinding aangelegd op de noordelijke Maaslijn.

Lees verder
15 augustus 2017

Bovenleidingen, portalen en palen: een 86 kilometer lange uitdaging

Seinen, bochten, viaducten, bruggen en andere obstakels bepalen de locatie van de portalen en palen.

Lees verder
10 augustus 2017

55 kilometer kabel voor elektrificatie Maaslijn

De kabels zorgen voor aansluiting van de negen nieuwe onderstations op het elektriciteitsnet van Enexis.

Lees verder